Bij een praktijkgericht programma voeren leerlingen praktische, levensechte en realistische opdrachten uit bij of voor opdrachtgevers (bedrijven en instellingen) binnen en buiten school. Hierdoor ervaren leerlingen hoe het eraan toe gaat in de praktijk. Zo stellen ze bijvoorbeeld een duurzame menukaart op voor een restaurant of zoeken ze op verzoek van de gemeente een oplossing voor een druk kruispunt. Zij leren tijdens het praktijkgerichte programma ook bredere praktische vaardigheden, zoals samenwerken, presenteren, zelfstandig werken en plannen.
Ze kunnen zich oriënteren op verschillende opleidingen en beroepen. Daarnaast staan vakspecifieke kennis en vaardigheden en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) centraal.
Door vaker met deze vaardigheden aan de slag te gaan, doen leerlingen ervaringen op die de overstap naar een vervolgopleiding mbo of het havo vergemakkelijkt.
VOLG ONS!